Twee jaar later

Twee jaar geleden schreef ik een van de belangrijkste teksten die ik ooit in mijn leven zal schrijven. Twee jaar geleden, op 19 november 2020, overleed mijn vader en in de daarop volgende week schreef ik zijn grafrede. Het is niet het beste dat ik ooit geschreven heb, maar het heeft de mensen in de aula van de begraafplaats doen lachen op de momenten waarop ik dat voor ogen had. Dat is een wapenfeit waar ik de rest van mijn leven trots op zal zijn. Ik wil die tekst en de bijbehorende muziek (de titels zijn links naar YouTube), persoonlijk als die is, hier een plek geven op het internet en dus delen met de wereld.


Man with a Harmonica, Ennio Morricone

Het was winter en het was koud. Zeven rovers zaten om het vuur geschaard. Een van de rovers bracht een jongetje naar voren. “Jongetje,” zei de rovershoofdman, “vertel eens een verhaal.” En het jongetje begon. “Het was winter en het was koud. Zeven rovers zaten om het vuur geschaard.”

Het is wellicht een vreemde tekst om op een rouwkaart te zetten. Natuurlijk hebben we nagedacht over een gewichtig citaat over het leven en de dood en de betekenis van het alles. Maar zodra Tebbo voorstelde om het verhaal van de zeven rovers te gebruiken voelde het goed. Toch wil ik het even uitleggen en zodoende iets vertellen over de man die mijn vader was.

Tijdens de zomervakanties, als we in de avonduren met z’n vieren rondom dat tafeltje in de caravan zaten las mijn vader vaak voor. Volgens mij passeerden enkele boeken van Dean Koontz de revue en ook het humoristische Drie Mannen in de Sneeuw van Erich Kästner. Maar de boeken die mij het meest zijn bijgebleven zijn toch de klassieke sciencefiction romans: Isaac Asimov, Arthur C. Clarke, Jack Vance. Daar ligt de basis voor mijn liefde voor sciencefiction.

Maar pa vertelde ook eigen verhalen. Het verhaal dat de grootste indruk heeft gemaakt ging over een jonge jager uit de steentijd die tijdens de jacht gescheiden raakt van zijn stam en op een hachelijke reis moet om zijn weg terug te vinden. Ik weet nog dat Tebbo, geïnspireerd door dat verhaal, met een speer (of te wel een scherpe stok), in een nabijgelegen meertje vissen probeerde te vangen. Hij had er bijna eentje, zegt hij.

Natuurlijk had dit als effect dat wij regelmatig mijn vader om een nieuw verhaal vroegen. Als mijn vader daar geen zin in had dan begon hij altijd “het was winter, en het was koud” en vertelde hij het recursieve verhaal van de zeven rovers. Dan wisten Tebbo en ik dat een verhaal die avond er niet in zat.

Dat is ook emblematisch voor de manier waarop mijn vader, mijn broer en ik met elkaar omgingen, tot op het laatste moment aan toe eigenlijk, door elkaar toch regelmatig goedhartig een beetje in de zeik te nemen.

Tja, verhalen. Mijn vader is niet meer. Al zijn herinneringen, zijn wensen en dromen, zijn kennis, zijn wijsheid en onnozelheid zijn vervlogen. Wat over is zijn onze herinneringen aan de man. Of te wel het verhaal van mijn vader dat wij met z’n allen delen.

We hebben niet de tijd om het hele verhaal van mijn vader uit te doeken te doen. Ik zou dat niet eens kunnen, want ik ken niet het hele verhaal. Iedereen die hem heeft gekend heeft een plukje van dat verhaal. Maar wat we wel kunnen doen is een paar aspecten ervan benadrukken. Een hoofdstuk, of een terugkerend thema uit zijn leven.

Zo had mijn vader een grote liefde voor het sprookje dat Amerika over zichzelf verteld: het droombeeld van het Wilde Westen. Hij sprak nog regelmatig met veel plezier over de reis door het midwesten van de VS die hij met zijn broer, Jos, heeft gemaakt, bijvoorbeeld. Dit uitte zich ook in de films waar hij van hield. Vandaar dus dat we begonnen met Man with the Harmonica van Ennio Moriccone uit Once Upon a Time in the West. Er is geen muziek die meer iconisch is voor de western dan dat. En als je dat nummer opneemt in een uitvaart dan moet je er mee beginnen wat mij betreft.

Het zal niemand verbazen dat mijn vader regelmatig naar Countrymuziek luisterde. Toen wij begonnen na te denken over de muziek voor deze dag kwamen we dus al snel op een aantal Countrynummers. Natuurlijk zal Johnny Cash langskomen, maar eerst gaan we luisteren naar een nummer dat voor mij erg belangrijk is. Het was een lange tijd voor mijn vader en mij “ons nummer”. Als een van ons iets doms deed, of iets doms zei (en dat gebeurde toch regelmatig) dan zei de ander altijd “I beg your pardon”, waarop het antwoord steevast was: “I never promised you a rose garden.” Rose Garden van Lynn Anderson, dus.

Rosegarden, Lynn Anderson

Folsom Prison Blues, Johnny Cash

Het volgende nummer is degene die gelijk bij Tebbo opkwam. Ik vind het ook erg goed bij pa passen. Natuurlijk was hij geen mijnwerker, waar het nummer over gaat, maar hij was een harde werker en stelde zichzelf ook graag in dienst voor anderen. Hij stond altijd paraat om te helpen als je daarom vroeg. Hij had ook de neiging om zichzelf weg te cijferen, om te proberen niemand in de weg te staan, en dat was zeker in zijn laatste levensjaren niet geheel een positieve eigenschap. Maar de werkelijke reden waarom dit nummer toch regelmatig uit de speakers klonk thuis was eigenlijk de diepe stem van Tex Williams.

Bottom of a Hole, Tex Williams

Natuurlijk is er meer over mijn vader te vertellen dan zijn liefde voor westerns en countrymuziek. Zo is er ook het verhaal dat hij over zichzelf vertelde. Zo zei hij altijd dat hij voor ons gevochten had tegen de Russen in de Koude Oorlog. Nou was mijn vader in dienst tijdens de Koude Oorlog en was hij een tijd gestationeerd in Duitsland, dus hij had technisch gezien gelijk. Technisch gezien.

De diensttijd heeft een belangrijke rol gespeeld in zijn carrière. Door zijn werkzaamheden in Duitsland belande hij uiteindelijk in het ijkwezen rondom ioniserende straling; het beheren en controleren van de standaarden rondom radioactief materiaal. Het is een vakgebied waar hij tot op zijn pensioen met liefde in heeft gewerkt. Hij heeft zich in die tijd ook opgewerkt tot een gerespecteerd figuur in dat vakgebied. Er staan patenten voor röntgenbuizen op zijn naam en hij is gepubliceerd in de meest gerenommeerde publicaties in het vakgebied. Hij werd ook uitgenodigd tot symposia waarbij hij regelmatig werd aangesproken met “professor Van Dijk”, wat hij altijd afwimpelde want dat was hij helemaal niet. Niet slecht voor iemand die zijn hogere opleiding schriftelijk, in de avonduren, heeft volbracht.

Ik weet ook nog goed dat hij terugkwam van een van die symposia, eentje in Washington DC, en vol enthousiasme sprak over die film die hij in zijn hotelkamer had gezien. Als die in Nederland uitkwam op VHS-band dan MOESTEN we die samen met hem kijken. Dat was Terminator 2: Judgement Day. Dat is tot op de dag van vandaag de film van ons drieën. Maak jullie geen zorgen, muziek uit die film blijft jullie bespaard.

We wilden een Nederlands nummer hebben. In eerste instantie dachten we over een nummer van Boudewijn de Groot. Maar Tebbo en ik zijn niet bekend genoeg met zijn oeuvre om op korte termijn een nummer te kiezen. Dus we zijn voor een protestlied van een andere artiest gegaan. Eentje die mooi aansluit op de manier waarop mijn vader gevochten heeft tegen de Russen.

Na dat nummer zal Linda, onze uitvaartverzorgster, nog wat zeggen, zal er een kans zijn voor anderen om iets te zeggen, en dan zullen we naar het graf gaan en gezamenlijk een einde schrijven aan het verhaal van mijn vader.

Maar eerst Herman van Veen met De Bom Valt Nooit.

De Bom Valt Nooit, Herman van Veen

Een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Terug naar boven